Geschiedenis van Apeldoorn en activiteiten in de omgeving

De appartementen liggen dichtbij Beekbergen, het gebied van de overgang tussen hoge Veluweplateau met hoogtes tot 80 a 100 meter hoog 3 kilometer verderop naar het zuidwesten afdalend naar de Ijsseldelta. De appartementen liggen nog 9 meter boven NAP.


Het huis met de appartementen is van 1932. Vroeger was er nog een oude waterput, de grond was in 1844 bekend als immense heidevlakte met een schaapskooi en een oude hoeve en strook met hakhout. De strook heide aan beide zijden van de Chopinlaan werd in 1850 verkocht door de Wormermark aan landbouwer Cornelis Brink maar werd nooit ontgonnen tot 1920. In 1922 kocht caféhouder Berend Kamphuis de heidegrond met dennenopslag en heeft de 3 hectare heide verkaveld in stukken van rond de 330 m². In 1931 kocht de gemeente Apeldoorn de grindweg en noemde het Museumlaan en later Chopinlaan. Ons huis lag als een van de eerste huizen aan de Museumlaan op de rand met Beekbergen want in het tolhuis was vroeger Museum Vaals. Nu is het een van de betere restaurants. Er is een schat aan mooie dingen in onze buurt, in ons huis vonden we zelfs een geldschat en misschien vind jij er ook jouw schat?

Vlak bij onze appartementen

Woeste Hoeve, oude handelswegen

Vlakbij ons huis ligt de oude Arnhemseweg die via de herberg Woeste Hoeve naar Arnhem ging. Paarden werden in de herberg ververst in de doorrijdschuur waar nu het restaurant is en men sliep er. 's Nachts mocht je niet reizen, bandieten, huursoldaten en landlopers overvielen je. Woeste Hoeve was een gevaarlijk punt omdat de weg lang omhoog liep met mul zand. Een dubbele bespanning van paarden was vaak nodig, zo'n doorgang noemde men een zandklep of holleweg. Herberg de Woeste Hoeve en Beekbergen liggen op kruisingen van 2 belangrijke handelswegen (Hessenwegen/Hanzewegen), van Apeldoorn naar Arnhem maar ook van Barneveld-Voorthuizen via het IJsselgebied. Vooral de weg van Deventer via Loenen naar Otterlo was berucht vanwege de vele overvallen.


De oostelijke routes liepen van de Harderwijker Heerweg, een Hanzeweg die liep van Harderwijk, Uddel, Assel, Ugchelen, Beekbergen, Hall, Doesburg naar Werden in Duitsland. De andere ging van Beekbergen, Teuge, Wilp via Deventer richting Münster. In 1811 verbleef keizer Napoleon in Herberg de Woeste Hoeve met Marie Louise. Ook koning Willem III kwam er regelmatig op doorreis naar paleis Het Loo. Napoleon verhardde de Arnhemseweg en later kwamen er het oude Tolhuis (1843) waarover de postkoetsen via de Woeste Hoeve naar Arnhem gingen.


Beken, sprengen en watermolens

De Kayersbeek stroomt 100 meter achter de appartementen en dankt zijn naam aan de Kayertsmolen, een molen die zijn naam weer dankt aan Hendrick Keijenberg die in 1702 ook een molen had in Vaassen en een papiermolen in de Wormingermark in 1731. Wormingen was een gehucht, nu onderdeel van Apeldoorn. Deze molen stond 500 meter van onze appartementen (Marchanstraat) op de plek van het benzinestation.


100 meter achter de appartementen stroomt in het bos de Kayersbeek en de Zwanenspreng, je kunt aan het eind van de Valeriusstraat over een planken bruggetje in het bos tussen de beek en de spreng het wandelpad aflopen. De Arnhemseweg oversteken. Schuin achter het restaurant Tolweg 5 de beken weer volgen. Hier is een uniek stukje bos met verdiepte sprengen en mooie bruggetjes. Een leuke ommetje. Loop je door dit bos dan hoef je aan het eind van het fietspad (Egerlaan) maar 1× over te steken en dan kun je via een ander bos met sprengenkop aan de overkant en onder het viaduct van de Zr Meijboomlaan (kruising A1) eindeloos fietsen en wandelen in bijna aaneengesloten bossen richting Hoenderloo of richting Garderen/Voorthuizen.


Zalm/forellenkwekerij en bloedzuigerkwekerij

Vlakbij onze appartementen, ongeveer 400 meter weg achter een huis, was vroeger ook een zalmkwekerij waar ze later forellen kweekten vanwege het zuivere water van de Kayersbeek die 100 meter van ons huis af loopt. Op een oude landkaart van Frederick de Wit Comitatus Zuphaniae 1670 vind je de Egerpoel die ze later Nagelpoel noemden, een waterplas op de heide, 150 meter van onze appartementen. Een stuk achter een huis aan de Oud Beekbergerweg vind je de waterplas waar ze vanaf 1840 medicinale bloedzuigers kweekten voor gebruik bij aderlatingen.


Die bloedzuigers noemden ze vroeger nagels. De 2e zoon van Notaris Walter die vroeger in villa De Wilde Pieters woonde (eind Hoofdstraat Apeldoorn) kon niet ook notaris worden. Zijn vader had hele stukken in Berg en Bos (villawijk) gekocht en verkaveld en zijn 2e zoon werd daarom arts, en zakelijk als de familie begon deze een handeltje in nagels. De bloedzuigers werden over heel Nederland in een potje verpakt en verzonden door de post, zo gaat het verhaal.

We hebben appartementen in Apeldoorn (stad en natuur) en in de bossen chalets in Hoenderloo en Voorthuizen. U zou kunnen denken aan een het samenstellen van een totaalbelevenis bijvoorbeeld een fiets/wandel/auto/step/e-chopper e.d. arrangement met meerdere combiverblijven en zoveel mogelijk door de bossen routes tussen Apeldoorn – Voorthuizen – Hoenderloo gecombineerd met leuke uitstapjes/bezienswaardigheden. Daarom hebben we ons bedrijf Veluwedriehoek genoemd.

Onze verblijven richten zich ook op meergeneratieverblijf. Bij tijdige aanvraag kunnen we ook wildexcursies met een gids aanbieden zowel e-wildexcursies, herfst burlen belevenis met natuurfotograaf diapresentatie wild op de Veluwe, op zoek naar groot wild/big 5, wolf, wisents, of via landrover of wandelexcursies met gidsen en de excursies van o.a. Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten. Denk ook eventueel aan combi's wild eten, high tea, restaurantcombi's mountainbiken/fiets mountainbikeclinics. Onze locaties liggen ook dicht bij lange afstandswandelroutes.


Sprengen, beken en watermolens

In dit gebied zijn de stuwwallen, dat zijn hellingen van de Veluwe opgeworpen in de 3e ijstijd. Het gebied loopt dus van hoog naar laag. Er zijn hier veel beken en sprengen. Beken zijn natuurlijk ontstaan. Sprengen zijn gegraven beken ontstaan door een gat te maken in een helling. Het hogere niveau aanwezige grondwater in een heuvel tapte men af waardoor een nieuwe beek ontstond. Sprengen werden vanaf de 17e eeuw aangelegd omdat men extra water nodig had voor de 180 watermolens die er in het Veluwegebied hebben gestaan. Die waren voor de papierindustrie, korenmolens, houtzaagmolens, oliemolens, koperslagerijen en later voor de wasserijen vanwege het zuivere water. In onze omgeving in Apeldoorn vind je als bezienswaardigheid nog de Wenumse watermolen met vijver (wijher) in 1313 voor het eerst in geschriften genoemd. In 1395 kwam deze in bezit van de hertog van Gelre die het verpachtte in 1434 aan Johannes Doys, in 1440 komt het in erfpacht van het klooster Monnikenhuizen bij Arnhem die het in 1493 koopt. De watermolen gaat in de 80-jarige oorlog over in handen van gedeputeerde staten van het kwartier van Veluwe ten gevolge van de reformatie met inbezitname van alle bezittingen van het klooster. Weer later is het particulier bezit en nu beheerd door een stichting. Oorspronkelijk is het een graanmolen maar later een kopermolen met wijher (molenvijver) en later teruggebouwd tot korenmolen en runmolen (eikenschors vermalen tot zuur vocht voor de leerlooierij voor kleding en schoenen en Marokijnleer).

In Beekbergen ongeveer 2 km van de appartementen kun je nog de Tullekensmolen (1535) en de Ruitersmolen (1606) bekijken. (IVN startpunt Ommetje Ruitersmolen of Beekbergenpad Klopenpadroute of Beekbergenroute die vlak langs ons huis loopt achter de politieacademie). In Loenen wat verder weg vind je aan het Apeldoorns Kanaal de Middelste Molen (1622) nu een leuk papiermuseum, het is de enige papierfabriek die nog op waterkracht en stoom draait in volledig oorspronkelijke staat. Op het witte papier (vanwege de waterkwaliteit) van de Veluwse papiermolens is zelfs de Amerikaanse Grondwet gedrukt en vanwege de papierindustrie is Deventer zelfs bekend als boekenstad. Papier van de Veluwe was kostbaar en werd wereldwijd gevraagd. Het dorp Ugchelen ook vlak bij onze appartementen had 10 watermolens, daar maakt Van Gelder nog bankbiljetten. Maarten van Rossum (1543) was de beroemde legeraanvoerder onder hertog van Gelre Karel van Egmond die streed tegen Karel V. Hij was eigenaar van kasteel de Cannenburgh in Vaassen, hij bezat vele watermolens in de omgeving. Vroeger waren molens via pacht inkomstenbronnen van bisschoppen en graven, hertogen en adel. De ingezetenen/boeren moesten hun graan door het gezag verplicht laten malen bij de molens binnen hun heerlijkheid, dat staat bekend als molendwang.

In Beekbergen was de Gasthuismolen, eerst eigendom van de graaf Reinald I van Gelre, 1294/1295. Dat was een dwangmolen. Ingezetene boeren moesten er via dwangrecht verplicht hun graan laten malen. In 1433 kwam de Gasthuismolen in particulier bezit van Mecheld ten Have, Rijck van Heerd en zijn vrouw en Derck Jacobsz en zijn vrouw. Zij verkopen in 1533 de molen waardoor deze eigendom wordt van de huismeesters van het St.-Pietersgasthuis te Arnhem. Het St.-Pietersgasthuis viel onder het bezit van de Pieterskerk Utrecht en was uiteindelijk het bezit van de bisschop van Utrecht. En de bisschop van Utrecht die had het weer in leen van het hoogste gezag, dat was de bisschop van Keulen.

Het St.-Pietersgasthuis 1380 in Arnhem was eerst munthuis en is door Johan Wolterszoon van Arnhem vicaris en kanunnik van de Pieterskerk in Utrecht geschonken om er in 1407 een gasthuis (ziekenhuis) van te maken. Veel rijken schonken in die tijd aan de kerk, zo waren ze zeker dat er voor hen gebeden werd na hun dood. Het gasthuis is er nog, je kunt er het unieke ondergrondse gangenstelsel (labyrint) bezoeken in Arnhem (Rijnstraat).

Twee jaar later in 1535 vergunde Karel van Egmond, hertog van Gelre het St.-Pietersgasthuis Arnhem de bouw van de Tullekensmolen 2 km verderop in Beekbergen dan de Gasthuismolen. De Tullekensmolen was een volmolen. Vollen is het laten vervilten van een wollen stof zodat de vezels dichter in elkaar geperst worden zodat deze minder vatbaar is voor krimp. Dat deden ze door heet water met urine te mengen waarbij ze het weefsel met de voeten aan gingen stampen. Dat was zwaar en smerig werk, daarom noemden ze een volmolen in de volksmond een stinkmolen. In 1601 werd de Tullekensmolen voor 12 jaar verpacht door de huismeesters van St.-Pietersgasthuis aan molenaar Martgen Orges. De molenaars verdienden veel maar veel molenaars moesten veel pachtgeld betalen aan pachters van kerken, kloosters, gasthuizen of rijke kasteelheren. De huismeesters van het St.-Pietersgasthuis wilden zelfs extra pachtgeld over het water van de Beekbergense beek, een jarenlang conflict. Het hof heeft de huismeesters van het St.-Pietersgasthuis hierover in het ongelijk gesteld. Helaas pas na Martens dood. Marten Orges had een rijke vrouw, in de kerk van Beekbergen ligt zijn grafsteen. Marten Orges schreef zijn naam met Duitse letters en noemde zich Pampiermacher, Orges is een Zwitsers dorp kanton Waadt of Vaud bij Yverdon maar Orges is ook een Frans geslacht in Artois. Een vermoeden is dat hij rond 1598 als Zwitserse soldaat naar Gelderland is gekomen en na de slag bij Nieuwpoort in 1600 werd gepaspoorteerd. Marten Orges watermerk is onlangs ontdekt in de beroemde Atlas van Mercator uit 1612. Nu is in de Tullekensmolen een T-Ford museum. Marten Orges breidde zijn bedrijf uit door in 1606 met een 2e papiermolen, de Ruitersmolen, die heette vroeger de kleine molen en de Tullekensmolen was de grote molen.


IJzerwinning, zandverstuivingen en herbebossing

Het gebied waar wij wonen was tussen de 7e en 9e eeuw na Chr. bekend vanwege ijzerwinning uit klapperstenen en was toen het Roergebied van Nederland, hele eikenbossen verdwenen omdat ze er houtskool van maakten voor het verwarmen van de ijzerovens om ijzer te winnen. Met houtskool werd de oven niet warm genoeg waardoor 30% slakken met ijzer overbleven. Hierdoor ontstonden grote slakkenbergen bijvoorbeeld te zien in het Orderbos waar nog slakkenresten liggen. Veel van die slakken zijn alsnog gesmolten in de ijzerovens later in Deventer. Beekbergen in het dialect uitgesproken als bikbargen verwijst ook naar die ijzertijd. Het woord bik betekent afval en barg is een hoop. Veel ijzer werd geëxporteerd, hierdoor kochten bewoners grote hoeveelheden Rijnlands aardewerk en vaatwerk wat ze hebben teruggevonden bij opgravingen. Zelfs was er handel met Engeland want ze hebben een Engelse munt gevonden.

100 jaar geleden was er veel minder (oer)bos, er waren grote zandverstuivingen en zandstormen ten gevolge van klimaatveranderingen want in de 10e/11e eeuw werd het veel warmer en droger, schapenteelt en overbegrazing waren normaal plus loslopende varkens die schade maakten aan bomen en struiken. Er was overbeweiding in de landbouw, massale ontbossing, verzanding ook door de handelswegen met karrensporen die zich steeds verplaatsten. Het oprukkende zand bedekte 1/3 van de Veluwe, Kootwijk dorp is zelfs onder het zand verdwenen en verplaatst. Ds Heldering die de arme mensen in Hoenderloo ging helpen moest zelfs schuilen voor de zandstormen op weg naar Hoenderloo. Met de komst van de stoomtrein en de goedkope grond werden veel bossen aangelegd in de grote zandverstuivingen door rijken uit het westen omdat de grond heel goedkoop was. Bijvoorbeeld ten zuiden van Beekbergen was het grote zand. Vlakbij is het Parc Speulderbolt kasteel met landgoed waar de Portugees-joodse Teixeira de Mattos als eerste de verzanding te lijf ging. Grove dennen werden ingeplant en er kwam 750 hectare bos op de plek van het grote zand, hij was directeur Heidemaatschappij. Zijn kasteel met 10 hectare landgoed is later bewoond door de SS en ook door ons koningshuis. Dr. Ooster deed hetzelfde op zijn landgoed Bruggelen/England dichtbij onze appartementen. In het bos zijn nog zijn 2 Noorse huizen (1908) te zien en mammoetbomen (Sequoia's). Het gebied heeft unieke planten en bomen.


Gerechtsplaats Het Herenhul midden in het bos

Je vindt in Buggelen/Beekbergen dichtbij onze appartementen een gerechtsplaats op een vroeger uitstekende kale hoge heuvel die noemt men Het Herenhul in het Engelanderholt. Die lag vroeger in graafschap Hamaland. Later was dat het hertogdom Gelre. Waarschijnlijk is dit de oudste rechtsplaats (Klaarbank) in Gelderland waar de Gelderse graaf en later de hertog van Gelre en nog later de vertegenwoordigers van de Habsburgse vorsten en nog weer later rechters van de republiek der 7 Verenigde Nederlanden 1× per jaar vanaf 1227 recht spraken. Dat deden ze samen met de Veluwse ridderschap en vertegenwoordigers van de steden van Gelderland op een hoge heuvel met uitzicht over de hele streek tot ver over de IJssel richting Duitsland. De laatste rechtspraak van dit Veluwse Landgericht was 1620 en de uitspraken liggen vanaf 1423 nog bewaard in het Gelders Archief in Arnhem in de zogenaamde Klaarboeken. De plaats is nog te vinden in het bos (gedenksteen), hier werden zaken in hoger beroep oorspronkelijk in de open lucht (vierschaar) maar vanaf 1404 in een mobiele houten hal of gerechtsbank behandeld en was er een galg (galgenberg) want het waren vooral halsmisdrijven. De hertog besliste hier over lijfstraffen en de doodstraf en zat op de hoogste bank met een hertogenhoed met pauwenveren met boven zich een baldakijn. Aan weerszijden zaten iets lager de kanselier en de raden. Een paar trappen lager zat de drost van de Veluwe of de richter (rechter) van de Veluwezoom. Onder deze stonden aanmerkelijk lager de twee banken voor de ridderschap. De stedelijke afgevaardigden zaten nog lager. Wilde je meedoen, meepraten en stem hebben in een mark dan moest je geërfd zijn, d.w.z. je moest dan tenminste een volle of halve hoeve bezitten. Een hoeve was 16 hectare in een mark. Een grootgrondbezitter was bijvoorbeeld de heer van Bronkhorst. De stedelijke afgevaardigden waren voor een heimaal (zitting voor het omgaande recht) voor Beekbergen en Apeldoorn ommestaanders die de betreffende rechtskring vertegenwoordigden, dat waren beide pastoors van Beekbergen en Apeldoorn. Het heimaal beperkte zich niet tot strafzaken maar deed ook uitspraken in burgerlijke geschillen. De griffier van het hof en de landschrijver zaten op een klein bankje voor de tafel op het laagste punt. Hoger beroep was hier mogelijk tegen de uitspraken van de scholtambten van o.a. Harderwijk, Arnhem en Hattem. Naast misdrijven waren dat geldskwesties o.a. erfrechtszaken en een vraag van de hertog om toestemming voor een verdubbeling van de pachtsom in 1154 aan de ridderschap en kleine steden! Daarnaast werd hier ook de landsheer gepresenteerd aan de Gelderse adel, geestelijkheid en derde stand. Zo werd hier in 1405 Reinoud IV ingehuldigd als hertog en in 1424 hertog Arnold. Ook werden op deze plek veel belangrijke besprekingen gehouden tussen bijvoorbeeld de steden onderling of met de ridderschap.

De hertog als landsheer, gerechtsdienaren, klerken, de beul, vertegenwoordigers van steden en de voltallige ridderschap logeerden o.a. in herberg het Rode Hert (1432 genoemd in een rekening van de stad Arnhem) wat zich bevond naast het huidige huis (Engelanderweg 29). Bij het Rode Hert vond men 14e-eeuwse Duitse Jacobakannen/Siegburgs aardewerk, kloostermoppen en noppenglas of roemerglas uit de 15e eeuw – wat eigenlijk in een stad voorkwam en niet in Beekbergen – men vond dus "hertogelijk drinkgelag" bij opgravingen en ijzerslakstukken. Ook werd in 1880 een potje met zilveren munten gevonden uit de periode 1225-1237. Deze vondsten bewijzen dat hier in die tijd belangrijke mensen zijn geweest, alles duidt op de vindplaats van de herberg het Rode Hert. De naam Smittenberg van het restaurant in Beekbergen verwijst nog naar een ijzerslakkenhoop die waarschijnlijk in die buurt heeft gelegen. Gasten verbleven ook in andere herbergen in Beekbergen zoals de Gouden Leeuw (huidige chinees). De beklaagden en andere gasten verbleven in herberg de Aap, vandaar de uitdrukking "in de aap gelogeerd". Een groot deel van de ridderschap heeft vermoedelijk in tenten gekampeerd. Kooplieden kwamen af op het geheel om hun waren aan de man te brengen en er werd dan een vrije markt gehouden, alsof er een leger voor de stad gelegen had.


Wolvenplaag en schat gevonden

De overheid loofde premies uit voor elke dode wolf, Willem Henrichs uit Elspeet wist een wolf te schieten tussen Ugchelen en Assel. Nu zijn ze beschermd. Tijdens de 80-jarige oorlog hadden bewoners veel last van geweld, beroving en plundering, zo is een baardmanskruik teruggevonden met Spaanse munten in de buurt, die was verstopt.


Oude kerk van Beekbergen en Beekbergen

England als onderdeel van Beekbergen komt al voor in geschriften in 801, waarbij Luidger Englandi een aandeel in het woud Braclog (Bruggelen) verkrijgt. En in 855 schonk een monnik, ene Folker, een zesde deel van het bos Orclo (later Spelderbolt) aan de Benedictijner abdij van Werden bij Duisburg aan de Ruhr. Dit was allemaal grond voor ontginning. Door al deze schenkingen kreeg de kerk (het bisdom) zeer veel grond in bezit. Het waren de Veluwse boeren die al deze gronden ontgonnen en bewerkten. De inwoners van Beekbergen leefden vooral van de landbouw en de jacht. De kerk was in die tijd niet alleen van belang voor het geestelijk heil van de inwoners, maar ook voor hun materiële wel en wee. Men was aan de kerk gebonden, evenals aan de landsheer (graaf en hertog) en enkele andere feodale heren (adel). Volgens sommigen heeft er in die tijd aan de Engelanderweg 22 aan de oude beek een klooster gestaan, daar ontspringt ook de oude beek. In de oude beek zit de zeldzame beekprik en het bermpje en langs de beek zeldzame planten o.a. kokerjuffer, gevlekte orchis, bittere veldkers, paarbladig goudveil. Eerder in de prehistorie waren hier bewoners (grote grafheuvels zuidoost van het Herenhul).

De oude kerk is het oudste gebouw in de gemeente Apeldoorn uit de 15e eeuw, eerder stond er een vroeg-gotische kerk al gebouwd in de 11e/12e eeuw van tufsteen uit de Eifel, het bovenste deel van baksteen. De torenspits van vroeger is in 1841 t.g.v. de bliksem verloren gegaan. In de toren hangt een klok uit 1616 en de andere klok uit 1739 is geroofd in 1943 en in 1950 vervangen. Vroeger was er onder in de toren een arrestantenhok via de ingang van het torenportaal en een afsluiting naar de kerk. Missionaris Luidger 742-809 zou in Beekbergen eerder op dezelfde plek een houten kerk hebben gebouwd maar daar is geen bewijs voor. De toren van de kerk is deels 13e-eeuws en heeft als eigenaar de burgerlijke gemeente Apeldoorn maar de kerk is eigendom van de hervormde gemeente Beekbergen. Het orgel is uit 1780, het is gebouwd door Gustav Schilling (Deventer). Het komt uit de oude afgebroken Mariakerk op het marktplein in Apeldoorn. Stadhouder koning Willem V en zijn vrouw Wilhelmina van Pruisen wilden de Mariakerk (oude kathedraal 12e eeuw) niet meer opknappen na blikseminslag en andere schade (1843). De koning vond de kerk te ver weg en wilde een kerk dichter bij het paleis en dus gebeurde dat. De koning had in Apeldoorn zelfs bijzondere rechten, hij bepaalde welke predikant beroepen werd en niet de kerkenraad zoals elders het geval. Zeker na de verbanning van een predikant uit Apeldoorn die het minder nauw nam.

In de oude kerk van Beekbergen vind je het graf van molenaar Marten Orges, een van de grondleggers van de papierindustrie op de Veluwe. Marten was getrouwd met de rijke Geertje Schut, de grafzerk herken je door de kruisboog van de familie Schut en de letters FMO (Fecit=hij heeft het gemaakt) Marten Orges. Marten Orges kinderen namen de familienaam aan van zijn vrouw, dat was destijds niet ongebruikelijk. Vermoedelijk bezat zij het geld en Marten het vakmanschap. De grafsteen vermeldt "Anno 1626 den 9 september is in de Here gerust Meister Marten Orges Den olsten Pappyere Maecker Gewest in Gelderlandt." Hij was echter niet de oudste papiermaker, dat was de molenaar van Aelst waar Marten waarschijnlijk eerder knecht was. Een van de vier kroonluchters is geschonken in 1777 door molenaar Berend Capel van de Gasthuismolen te Lieren. De kerk is gewijd aan de heilige Fabianus en Sebastianus. In 1447 werden er muurschilderingen aangebracht.


Oorlogen, rampen, hongersnood, leegloop van de Veluwe, afhankelijkheid van de kerk en verzet tegen het calvinisme. Geschiedenis Beekbergen, Apeldoorn en omgeving en de oude kerk van Beekbergen.

De periode van 900 tot 1200 was een tijd van strijd, rampen en tegenspoed t.g.v. oorlog, ontbreken van steden en kastelen. De graaf van Gelre kreeg van de bisschop van Utrecht de Veluwe te leen in 1215 en werd landsheer van de Veluwe, hij noemde het land terra nostra Velua, de eerste naam van de Veluwe. Hij kreeg oorlog met de bisschop van Utrecht en de graven van Holland in de 13e eeuw, rond 1250 wordt geplunderd en worden dorpen in brand gestoken. De meeste boeren waren horigen en leenden de grond van een grondeigenaar. Ze waren verplicht mee te vechten met hun heer als de heer werd aangevallen. Hun stukken grond werden huiskampen genoemd, dat zijn met houtwallen omzoomde gronden in de directe omgeving van een boerderij. Die stukken werden steeds kleiner door erfdelingen bij overlijden. In 1354 en 1355 kwamen de boeren in opstand en lieten zich verleiden tot een vrijheidsstrijd. Hertog Reinald van Gelre had hen aangezet om te strijden tegen zijn broer Edward en de ridders en de steden.


De omgeving ontdekken

Wil je weten wat er allemaal te doen is in de omgeving? Klik op onderstaande button of kijk hieronder.


De omgeving

Steden & cultuur

Steden & cultuur

Historie, musea en gezellige steden

Ontdek de charme van Hanzesteden, bezoek indrukwekkende musea en kastelen of struin door sfeervolle binnensteden in de regio.

Natuur & actief buiten

Natuur & actief buiten

Wandelen, fietsen en wild spotten

De Veluwe ligt om de hoek. Geniet van eindeloze wandel- en fietsroutes, bossen, heidevelden en zandverstuivingen: perfect voor natuurliefhebbers en avonturiers.

Uitjes voor het hele gezin

Uitjes voor het hele gezin

Plezier voor jong en oud

Van Apenheul tot Julianatoren, van speeltuinen tot indoor-activiteiten bij regen: er is altijd een leuk gezinsuitje in de buurt.

Op loopafstand

Op loopafstand

Alles dichtbij, makkelijk bereikbaar

Vanuit de appartementen wandel je zo naar winkels, sportfaciliteiten, restaurants en leuke uitjes. Ideaal voor een snelle boodschap of een spontaan avondje uit.